Het is zo simpel. Maak eerst het gistdeeg voor de appelslakken. Neem hiervoor een theelepel suiker en los deze samen met de gist op in lauwe melk.
Meng nu de boter, suiker en het zout, voeg het ei en de yoghurt toe.
Meng nu de bloem met het bakpoeder en voeg afwisselend de gist en de melk toe.
Kneed het deeg nogmaals met de hand tot een glad en elastisch deeg. Doe het deeg vervolgens in een kom, dek af en laat het ongeveer 50 minuten op een warme plaats staan.
Was, schil, verwijder het klokhuis en snijd de appels in kleine blokjes.
Rol het deeg uit met een deegroller op een met bloem bestoven werkblad. Verwarm de oven voor op ongeveer 200 °C (boven-/onderwarmte).
Smelt de boter en bestrijk het deeg ermee. Gebruik de rest van de boter voor de decoratie. Verdeel vervolgens de appelblokjes over het deeg en bestrooi gelijkmatig met vanillesuiker.
Rol het deeg vervolgens in de lengte strak uit en snijd het in plakken van ongeveer 3 cm dik. Het smaakt gewoonweg goddelijk!
Leg tot slot de plakjes deeg, met wat ruimte ertussen, op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze ongeveer 15-20 minuten. Laat de appelslakken daarna volledig afkoelen. Eet smakelijk!